Deze pagina doorsturen | afdrukken

Je kind verliezen

Artikel dr. Riet Fiddelaars

dr. Riet Fiddelaars schreef over dit onderwerp een artikel in "het Uitvaartwezen".

Je kind verliezen

Onlangs stond ik voor een zaal met zeventig ouders die hun kind door kanker verloren waren. Ik voelde tot in alle vezels van mijn lijf dat ik de enige was in de zaal bij wie alle kinderen nog leven. Wat kan ik vertellen waar zij mogelijk houvast aan hebben? Wat weet ik werkelijk van hun rouw? Niets toch? Maar de vraag was om het met hen te hebben over de opvang van hun andere kinderen. En met die vraag kan ik wel iets.

Ouders maken zich vaak zorgen over de rouw van hun kin­deren. Is het wel normaal, zijn ze niet te verdrietig of juist niet verdrietig genoeg? En dan is informatie over wat nor­male rouw is heel nuttig. Ze herkennen in normale rouw de gedragingen van hun kinderen en dat is geruststellend. Veel uitingsvormen zijn gelukkig normaal. Ook is het van belang te weten dat je als ouder eerst goed voor jezelf moet zor­gen, dat je kinderen daar het meeste aan hebben. Dat je het niet allemaal zelf hoeft te doen maar je kunt laten bijstaan door anderen in je omgeving.

Zo'n bijeenkomst is voor mij spannend maar ook heel pret­tig en leerzaam, vooral op het moment dat er interactie is en ik kan ingaan op wat bij hen leeft. "We hebben nog zoveel met onszelf te stellen," verzuchtten de ouders, "je kinderen ondersteunen is soms een onmogelijke opgave." Kinderen die je soms met de mond vol tanden laten staan door haarscherp in de gaten te hebben wat er gebeurt. "Papa, ik weet niet of jij het weet, maar Rosa (de baby, rf) zou niet geboren zijn als Chris niet was doodgegaan." Daar zit je dan als ouder met het stuur in je handen. want hoe leg je uit dat het misschien waar is en dat Rosa tegelijk echt welkom is en erbij hoort, net zoals Chris er altijd bij zal horen? Waarom deze opmerking, waarom nu, waarom in de auto, vragen de ouders zich af.

Ouders ervaren vele gevoelens in het rouwen om hun kind. Zelfs humor steekt in rouwende gezinnen de kop op. Een familie die op zondagmiddag de urn van hun zoon Thomas gaat bezoeken, ervaart hoe scherp hun andere zoon kan denken. Stefan, op de achterbank (het gebeurt altijd in de auto) roept opgetogen: "we gaan naar Tom, we gaan naar Tom!" zijn vader corri­geert hem: "je broertje heet Thomas!", waarop Stefan zegt: "nee, hij heet Tom want zijn as zit in een potje." Na even denken dringt tot de ouders door wat hij bedoelt en ze hebben onbedaarlijk gelachen. Het is typisch humor die alleen binnen het gezin gemaakt mag worden.

Na afloop van de bijeenkomst werd er gezamenlijk gegeten en heerste er een geanimeerde sfeer. lemand die argeloos binnen zou lopen, zou niet geloven dat dit een etentje was van mensen die verbonden waren door het overlijden van hun kind. Een van de ouders vertelde me: "hier mag je vro­lijk doen en lachen zonder dat iemand vraagt of je er al over­heen bent."

Sommige ouders zijn boos, boos op instanties of op personen die het hebben laten afweten. Ten diepste zijn ze boos omdat hun kind hun afgenomen is. Maar wat kun je met al die boosheid? Een moeder zei: "iedereen die dan aan de deur kwam en maar een woord verkeerd zei, kreeg de volle laag. Heerlijk, dan was ik het weer even kwijt." Onlangs kreeg ik zelf de volle laag van iemand die haar kind verloren had. De hele pan met pek kreeg ik over me heen. Deze vrouw zei: "boosheid is een eigenaardigheid van mensen die een kind verloren hebben. Maar je wordt ook zo teleurgesteld door mensen om je heen, vrienden, familie!". Dat is pijnlijk en tegelijk moet je als omstander wel stevig in je schoenen staan als iemand met modder gaat smijten. Dan kom ik bij van Dantzig die ooit zei: "troost betekent in wezen trouw, niet weglopen."

Dus wat je kunt doen is de rouwende, ook als hij of zij zeer onaangenaam of onterecht reageert, niet de rug toekeren. Laat de rouwende uitrazen en kom toch de volgende keer weer terug. Er is geen postadres waar ze hun kwaadheid kunnen deponeren (behalve als er schuld in het spel is, bij­voorbeeld wanneer het overlijden een gevolg is van een medische fout) dus worden de brieven regelmatig verkeerd geadresseerd. Dat kan ook aan het adres van de uitvaartver­zorger zijn. Het is niet leuk als jij degene bent maar het is niet anders. Belangrijk is om je verstand erbij te houden want als je in de emoties schiet, gaat het meestal fout. Het oude 'tot tien tellen' helpt nog steeds. Niet meteen op een mail of brief reageren, maar het telefoongesprek stopzetten en beloven dat je later terug zult Bellen en die tijd gebrui­ken om tot jezelf te komen en naast te voelen ook na te den­ken wat er nu werkelijk gebeurt. Ook een ander mee laten denken, kan helpend zijn. Het valt niet mee om zowel de ander als jezelf rechtop te houden en de relatie niet te ver­liezen. Maar het kan, vooral door je gezonde verstand niet uit te schakelen.

Mei 2006 in het Uitvaartwezen nr. 17